MRSA-screening in een psychiatrisch ziekenhuis: een doordachte aanpak in een complexe setting
Inleiding
Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) blijft een belangrijk aandachtspunt voor ziekenhuishygiëne. Hoewel de incidentie in Belgische ziekenhuizen de afgelopen jaren daalde, blijft een gerichte aanpak noodzakelijk. Voor psychiatrische ziekenhuizen is dat niet anders. De context en patiëntenpopulatie maken dat standaardvoorzorgsmaatregelen soms een uitdaging vormen, maar de nood aan een coherent en risicogestuurd beleid, gestoeld op onder andere MRSA screening, blijft.
Dit artikel beschrijft hoe we in het psychiatrisch ziekenhuis (PZ) Bilzen-Hoeselt en het psychiatrisch verzorgingstehuis (PVT) Tongeren-Borgloon sinds 2013 een gestructureerde aanpak rond MRSA-screening en -preventie uitbouwden, ingebed in een breder strategisch plan voor infectiepreventie en -beheersing.
Dertien jaar geleden werd het interne beleid op vlak van infectiepreventie en -beheersing grondig herzien en geprofessionaliseerd. Twee ontwikkelingen in 2011 – 2012 gaven daartoe aanleiding, namelijk de intensieve samenwerking met het Jessa Ziekenhuis (de geneesheer ziekenhuishygiënist van het Jessa Ziekenhuis werd ook geneesheer-ziekenhuishygiënist in het PZ Bilzen-Hoeselt) én de wijziging van de verantwoordelijken voor ziekenhuishygiëne conform KB 26/4/2007 (hoofdarts, directeur zorg, geneesheer-ziekenhuishygiënist, verpleegkundige-ziekenhuishygiënist).
Strategische heroriëntatie
Er werd een nieuw strategisch plan uitgewerkt, met een integrale visie op infectiepreventie en -beheersing. Eén van de speerpunten daarin was een gestructureerd en risicogestuurd MRSA-beleid. In dit artikel beschrijven we hoe dit beleid concreet uitgerold werd sinds 2013.
Preventie als sleutelelement in het MRSA-beleid
Het door ons gevoerde MRSA-beleid past in een bredere strategie om overdraagbare aandoeningen en (zorg)infecties te reduceren. Preventie blijft daarbij de kern. Standaard voorzorgsmaatregelen vormen de basis, met sinds 2016 een stevig verankerd intern actieplan rond handhygiëne.
Waarom ook in een psychiatrisch ziekenhuis een MRSA-beleid nodig is
Hoewel psychiatrische patiënten doorgaans minder invasieve behandelingen ondergaan dan in een algemeen ziekenhuis, blijven de risico’s op MRSA reëel. De specifieke setting brengt namelijk eigen uitdagingen met zich mee:
• Relatief langdurige opnames verhogen het risico op kolonisatie;
• Gedeelde leefruimtes, meerpersoonskamers en intensieve sociale interacties tijdens en buiten therapiemomenten kunnen transmissie bevorderen;
• Regelmatig contact met algemene ziekenhuizen, vaak voor gespecialiseerde somatische zorg;
• Oudere patiënten met somatische co-morbiditeit vormen een extra kwetsbare groep;
• Specifieke symptomen of gedrag van patiënten in opname kunnen leiden tot risicovol contact of verminderde persoonlijke hygiëne.
Van stille transmissie naar actieve detectie op basis van risico-inschatting
Nulmeting met aansluitend dekolonisatie van positieve patiënten, bewoners, medewerkers
Om een foto te maken van de stand van zaken werd in het voorjaar 2013 een nulmeting uitgevoerd. Op basis van een risico-inschatting werd een MRSA-screening afgenomen bij alle patiënten 65+ (doelgroep ouderen) in het PZ en bij alle bewoners van het PVT (telkens 3 wissers: neus, keel en perineum). Uit deze nulmeting bleek dat er op twee ziekenhuisafdelingen telkens twee patiënten MRSA-positief waren, en in de (uitdovende) PVT-afdeling testten 11 bewoners positief.
Het outbreak supportteam besliste dan, in overleg met de arbeidsgeneesheer, om ook de medewerkers van de betreffende PVT-afdeling te screenen voor MRSA (arts, verpleegkundigen, zorgkundigen, therapeuten en medewerkers onderhoud). Uit deze testronde bleek dat ook 4 medewerkers positief testten.
De dekolonisatie van de patiënten en de bewoners werd gecoördineerd door het outbreak supportteam, die van de positieve medewerkers door de arbeidsgeneesheer en de infectiologen van het Jessa Ziekenhuis.
Voor het merendeel van de patiënten, bewoners en medewerkers was de dekolonisatie succesvol zonder toediening van orale antibiotica. Voor een 3-tal betrokkenen werd, in overleg met de betreffende artsen, overgegaan tot dekolonisatie met orale antibiotica.
Staand order MRSA-screening
De nulmeting maakte de nood aan een structureel screeningsbeleid duidelijk. Het comité ziekenhuishygiëne werkte daarom een staand order MRSA-screening uit met heldere screeningscriteria voor volwassenen, ouderen en PVT-bewoners (o.a. leeftijd >75 jaar, chronische wonden, opname in een ziekenhuis/woonzorgcentrum, of eerder MRSA-positief). Bijkomend werd nog screening op advies van de geneesheer-ziekenhuishygiënist of huisarts van PZ/PVT toegevoegd, alsook een jaarlijkse screening van alle patiënten uit de doelgroep ouderen in het PZ en PVT-bewoners.
Dit staand order werd bekrachtigd door de medische staf en is nog steeds van kracht.
De jaarlijkse screening bij alle patiënten uit de doelgroep ouderen en PVT-bewoners werd in 2021 wel stopgezet wegens herhaaldelijk negatieve resultaten; een nieuwe screening in 2024 bevestigde dit beeld.
De MRSA-screening gebeurt conform het advies van de Hoge Gezondheidsraad (advies 9277 MDRO) met drie wissers (neus, keel, perineum). Afhankelijk van de klinische context worden op aangeven van de geneesheer-ziekenhuishygiënist of omnipracticus soms bijkomende stalen afgenomen.
Informed consent voor MRSA-screening
Volgens de wet patiëntenrechten dient elke handeling met geïnformeerde toestemming van de patiënt te gebeuren.
We hebben vastgesteld dat patiënten doorgaans wel akkoord kunnen gaan met screening van neus en keel; screening van het perineum ligt moeilijker. Indien de patiënt de screening van het perineum weigert, beperken we ons tot het screenen van neus en keel.
We duiden wel het belang ervan en trachten hen toch te motiveren tot screening van perineum bij controlescreeningen na dekolonisatie.
Overzicht uitgevoerde screeningen in de periode 2013 – 2024
De grafiek toont de evolutie en de schommelingen van het aantal screenings en het aantal positieve testen over een periode van 11 jaar.

Isolatie en dekolonisatie
Een positieve screening vraagt om actie: isolatie en dekolonisatie (zonder orale antibiotica).
Het isoleren van positieve patiënten is echter niet eenvoudig en kan zelfs belemmerend werken voor het therapeutisch traject dat een patiënt in onze setting loopt.
Het is telkens een afweging die moet gemaakt worden om enerzijds verspreiding te voorkomen (veilige zorg) en anderzijds de betreffende patiënt de juiste medisch-psychiatrische zorgen te bieden.
Elke beslissing wordt casus per casus genomen, steeds in overleg tussen het team ziekenhuishygiëne, de hoofdarts, de directeur zorg, de behandelende psychiater (afgestemd met het team) en de patiënt/de familie.
De maatregelen variëren van dekolonisatie in de thuissituatie, tijdelijke isolatie op de afdeling (al dan niet met deelname aan therapie – onder strikte voorwaarden, extra bezoekmomenten, wandelmomenten buiten de afdeling) tot aangepaste planning bij bijvoorbeeld electroconvulsietherapie (steeds als laatste van de dag).
Na dekolonisatie volgen 2 controlescreenings (dag 10 en dag 15). Indien beiden negatief zijn, beschouwen we de dekolonisatie als succesvol en worden de maatregelen beëindigd. Maar, niet elke dekolonisatie verloopt even succesvol. In de regel doen we dit 2 keer, nadien wordt het verdere beleid bepaald in overleg met bovenvermelde personen, alsook een infectioloog.
MRSA-screening en aangepaste zorg voor kwetsbare doelgroepen
Zoals hierboven reeds vermeld, maken we bij een positieve MRSA-screening steeds een zorgvuldige afweging: enerzijds willen we verdere verspreiding van MRSA voorkomen, anderzijds willen we de betrokken patiënt de juiste medisch-psychiatrische zorg kunnen blijven bieden. Deze afweging houdt rekening met ethische, deontologische en morele aspecten.
Aangezien er vanaf de medische opname vaak al sociale interacties plaatsvinden tussen patiënten, en oudere patiënten bovendien extra kwetsbaar zijn, zijn we op zoek gegaan naar een manier om de MRSA-status zo snel mogelijk te kennen.
Sinds augustus 2025 loopt er binnen de doelgroep ouderen een proefproject, uitgewerkt door leden van het comité ziekenhuishygiëne in samenwerking met de artsen en de zorgmanager van deze doelgroep. Eén van de artsen werkzaam in de doelgroep ouderen, lid van het comité ziekenhuishygiëne, is mee de bezieler van het project.
Bij een transfer vanuit een algemeen ziekenhuis is de MRSA-status meestal reeds gekend. De situatie is echter anders bij patiënten die vanuit de thuissituatie of een woonzorgcentrum (WZC) komen. Daar is het niet altijd evident om een MRSA-screening vooraf uit te voeren. Dit proefproject richt zich specifiek op deze groep.
Binnen het project worden patiënten gescreend in het WZC door verpleegkundigen van ons psychiatrisch ziekenhuis, vlak vóór de medische opname. Wanneer een MRSA-besmetting wordt vastgesteld, kunnen we in overleg bepalen welke zorgcontext het meest aangewezen is:
• medische zorg in de thuissituatie, in samenwerking met de huisarts;
• outreachende zorg in het WZC in samenwerking met huisarts, CRA, geriater en ouderenpsychiater (cfr SHIFT-zorgmodel – Smooth Hospital Integration For Transitioning nursing home residents)
• of toch een opname in ons ziekenhuis, eventueel met ‘aangepaste’ isolatiemaatregelen.
Slotbeschouwing
De continue inzet op preventie, met handhygiëne als speerpunt, zorgt ervoor dat we het risico op transmissie zoveel mogelijk beperken. Onze werking toont aan dat ook in een complexe zorgcontext een doordacht beleid mogelijk én noodzakelijk is om patiënten, medewerkers en de bredere zorgomgeving te beschermen.
Onze ervaring van de voorbije jaren leert dat een psychiatrisch ziekenhuis wel degelijk een actief en gestructureerd MRSA-beleid nodig heeft. Screening, isolatie en dekolonisatie vragen telkens om evenwicht tussen infectiecontrole en therapeutisch traject dat een patiënt loopt. Door een risicogestuurde aanpak en overleg op maat is dit haalbaar.
Graag richten we onze speciale dank aan dr. L. Waumans en de artsen van de dienst ziekenhuishygiëne van het Jessa Ziekenhuis.
Bronverwijzing
Hoge Gezondheidsraad. (2019). Aanbevelingen inzake preventie, beheersing en aanpak van patiënten die drager zijn van tegen antibiotica multiresistente organismen (MDRO) in zorginstellingen (Advies nr. 9277).
Houben, F., van Hensbergen, M., Den Heijer, C. D. J., Dukers-Muijrers, N. H. T. M., & Hoebe, C. J. P. A. (2022). Barriers and facilitators to infection prevention and control in Dutch psychiatric institutions: A theory-informed qualitative study. BMC Infectious Diseases, 22(243). https://doi.org/10.1186/s12879-022-07236-2
Jones, D. (2010). How to reduce the negative psychological impact of MRSA isolation on patients, Nursing Times, 106(36). www.nursingtimes.net
Krols, N. (2025). Van breuklijn naar brug. Hoe zorgtransities in de woonzorg versterkt kunnen worden door samenwerking. https://www.zorgneticuro.be/artikel/hoe-zorgtransities-de-woonzorg-versterkt-kunnen-worden-door-samenwerking
Nieuwigheden
Wetenschappelijke agenda
- september 2025
-
van 16/09 tot 19/09 || in Geneva
International Conference on Prevention and Infection control (ICPIC)
- oktober 2025
-
9/10
Symposium de la Belgian Infection Control Society (BICS)
-
van 19/10 tot 22/10 || in Atlanta
Society for Health Care Epidemiology of America (SHEA)
- december 2025
-
van 15/12 tot 16/12 || in Parijs
46ème Réunion interdisciplinaire de chimiothérapie infectieuse (RICAI)
- juni 2026
-
van 5/06 tot 6/06 || in Rijsel
36ème Congrès de la Société Française en Hygiène Hospitalière (SF2H)


