◄ Terug naar inhoud

VOOR U GELEZEN


K Ellingson, JP Haas, AE Aiello, L Kusek, LL Maragakis, RN Olmsted, E Perencevich, PM Polgreen, ML Schweizer, P Trexler, M Van Armitage, DS Yokoe

Strategies to prevent healthcare associated infections through hand hygiene

Infection Control and Hospital Epidemiology, 35 (8), August 2014.

Doelstelling: Dit document geeft een beknopt overzicht van de praktische aanbevelingen inzake handhygiëne, actualiseert aanbevelingen met de meest recente wetenschappelijke bewijzen en gaat dieper in op onderwerpen die verduidelijking of grondiger onderzoek vergen. Het document moet bovendien de zorgeenheden helpen bij de ontwikkeling van programma’s ter bevordering van de handhygiënecompliantie. Dit omvat ook inspanningen om het gebruik van handhygiëneproducten te optimaliseren, gegevens te verzamelen en feedback te geven over de mate waarin personen handhygiëne toepassen teneinde tot gedragswijzigingen te komen. Deze gids is er gekomen met de steun van de “Society for Healthcare Epidemiology of America” (SHEA) en de ‘Joint Commission’, met belangrijke bijdragen van vertegenwoordigers van organisaties en verenigingen met heel wat expertise ter zake. De lijst van ondersteunende organisaties staat in de inleiding van de actualisering uit 2014.

AG Barnett, K Page, M Campbell, D Brain, E Martin, R Rashleigh-Rolls, K Halton, L Hall, N. Jimmieson, K White, D Paterson, N Graves

Changes in healthcare-associated staphylococcus aureus bloodstream infection after the introduction of a national hand hygiene initiative

Infection Control and Hospital Epidemiology, 35 (8) : 1029-1036, August 2014.

Achtergrond: maatregelen om gzorginfecties te vermijden moeten het aantal overlijdens terugdringen en de hospitalisatieduur verkorten. Handhygiëne (met zeep of alcohol) is een efficiënte manier om de overdracht van micro-organismen te beperken maar de handhygiënecompliantie is soms ontstellend laag. Het Australische ‘National Hand Hygiene Initiative’ wil de handhygiënecompliantie onder het verzorgend personeel bevorderen om het aantal zorginfecties te beperken.
We hebben onderzocht in welke mate het ‘National Hand Hygiene Initiative’ wordt geassocieerd met een wijziging van het aantal infecties. We hebben het maandelijkse aantal zorg-gerelateerde gevallen van S. aureus-sepsis in 38 Australische ziekenhuizen in 6 verschillende staten onderzocht. Daarbij werd gebruik gemaakt van de Poisson regressie en werden 12 mogelijke veranderingspatronen onderzocht. Het meest geschikt veranderingspatroon werd bepaald aan de hand van het Akaike informatiecriterium. Om het verhoogde ziekenhuisgebruik gedurende een bepaalde tijdsperiode te controleren werd ook rekening gehouden met het aantal maandelijkse hospitalisatiedagen.
Het ‘National Hand Hygiene Initiative’ is geassocieerd met een vermindering van het aantal infecties in 4 van de 6 staten waar het onderzoek liep. In 2 staten werd een onmiddellijke daling genoteerd van respectievelijk 17 % en 28 %, in 2 deed zich een lineaire daling voor van 8 % en 11 % per jaar en in 2 andere staten was er geen verschil in het aantal infecties.
We kunnen dus stellen dat het initiatief in de meeste staten is geassocieerd met een daling van het aantal infecties. Dat dit in 2 staten niet het geval was, kan te maken hebben met het feit dat er in deze 2 staten vóór de lancering van het initiatief reeds efficiënte initiatieven liepen of dat de cijfers reeds dermate laag waren zodat ze nog amper konden dalen.

SL Barnes, DJ Morgan, AD Harris, PC. Carling, KA. Thom

Preventing the transmission of multidrug-resistant organisms: modeling the relative importance of hand hygiene and environmental cleaning

Infection Control and Hospital Epidemiology, 35 N(9) : 1156-1162, September 2014.

Handhygiëne en de schoonmaak van de omgeving zijn essentiële strategieën voor infectiepreventie maar de relatieve impact van elk afzonderlijk is onbekend. Deze kennis is nochtans belangrijk om de middelen te kunnen toewijzen.We hebben een model ontwikkeld dat is gebaseerd op de overdracht van patiënt op patiënt – via tijdelijk gekoloniseerde handen van het zorgpersoneel en onvolledig schoongemaakte kamers – in een intensieve zorgeenheid met 20 bedden. We hebben de artsen en verpleegkundigen gemodelleerd die er een verschillende handhygiënecompliance op na hielden bij het betreden en verlaten van de patiëntenkamers. We hebben de overdracht van Acinetobacter baumanii, methicilline-resistente Staphylococcus aureus en vancomycineresistente enterokokken gedurende 1 jaar gesimuleerd, waarbij gebruik werd gemaakt van literatuur- en observatiegegevens om de parameters voor het model te verfijnen. We hebben 175 (op parameters gebaseerde) scenario’s gesimuleerd en hebben het effect vergeleken van handhygiëne en van de schoonmaak van de omgeving op het aantal verworven multiresistente kiemen. Voor alle kiemen ging een betere handhygiënecompliantie gepaard met een grondigere eindschoonmaak. T.o.v. de uitgangswaarde was een verbetering van 2:1 bij de eindschoonmaak nodig, om een even hoge vermindering van het aantal overdrachten te verkrijgen (dus, een verbetering van 20% bij de eindschoonmaak leidde tot een even grote daling in overdracht als een verbetering van de handhygiënecompliantie met 10%). We kunnen dus stellen dat handhygiëne prioritair moet blijven in de infectiecontroleprogramma’s maar dat de schoonmaak van de omgeving een significante impact kan hebben voor de ziekenhuizen in het algemeen of een eenheid in het bijzonder, met ofwel een uitstekende handhygiënecompliantie, ofwel de een minder grondige eindschoonmaak.

 MN Monsalve, SVPemmaraju, GW Thomas, T Herman, AM Segre, PM Polgreen

Do peer effects improve hand hygiene adherence among healthcare workers ?

Infection Control and Hospital Epidemiology, 35 (10) :1277-1285, October 2014.

Dit artikel gaat na of het al dan niet naleven van handhygiëne beïnvloed wordt door het peer-effect, nl.of de aanwezigheid en nabijheid van een andere zorgverleners een positief effect hebben op het al dan niet naleven van handhygiëne.
Het gaat om een observatiestudie die gebruik maakt van een sensornetwerk in een eenheid voor intensieve zorgen van 20 bedden in een groot universitair ziekenhuis. Deelnemers waren de personeelsleden werkzaam op de intensieve zorgeenheid.
We hebben voor de studie een geautomatiseerd surveillancesysteem ontwikkeld en geplaatst, dat ten eerste kan detecteren of een zorgverlener handhygiëne heeft toegepast bij het betreden of verlaten van de kamer van patiënt en dat ten tweede de locatie van andere collega zorgverleners t.o.v. deze persoon kan inschatten We hebben tijdens de 10 dagen van de studie 47694 opportuniteiten voor handhygiëne geïdentificeerd bij het betreden en verlaten van de kamers. Wanneer een zorgverlener alleen was (geen recent zorgcontact) bedroeg de compliantie 20,85 % (betrouwbaarheidsinterval [CI] à 95 %: 19,78 %-21,92 %). Wanneer andere zorgverleners aanwezig waren, was dit 27,90 % (95 % CI: 27,48 % – 28,33 %). Deze absolute verhoging is statistisch significant (P<0,01). Zo hebben we ook kunnen vaststellen dat de naleving van handhygiëne toenam, naarmate er meer zorgverleners aanwezig waren, maar wel steeds met een steeds kleinere toename. Deze resultaten zijn consistent op verschillende ogenblikken van de dag, voor verschillende metingen van de sociale context en na controle van de potentiële verstorende factoren.
We kunnen dus stellen dat de aanwezigheid en nabijheid van andere zorgverleners wordt geassocieerd met een hogere compliantie inzake handhygiëne. Onze resultaten wijzen er ook op dat de cijfers toenemen naarmate meer mensen aanwezig zijn, maar dan wel met een steeds minder grote toename.

JA Srigley, CD Furness, M Gardam

Measurement of patiënt hand hygiene in multi organ transplant units using a novel technology: an observational study

Infection Control and Hospital Epidemiology, 35 (11) : 1336-1341, November 2014.

Het is bekend dat handhygiëne bij zorgverleners helpt om infecties te vermijden. Over de impact van handhygiëne door de patiënt is veel minder bekend, ondanks dat patiënten nosocomiale ziekteverwekkers via hun eigen ongewassen handen kunnen verwerven. Deze studie meet welke handhygiëne de patiënt erop nahoudt na een bezoek aan de badkamer, vóór de maaltijd en bij het betreden en verlaten van de kamer.
Deze cross-over studie is uitgevoerd in een acuut universitair ziekenhuis in Canada. De steekproef bestond uit 270 volwassen patiënten die in de periode juli 2012 – maart 2013 zijn opgenomen in 3 transplantatie-eenheden.
We hebben gemeten hoe vaak de patiënten handalcohol en zeepdispensers gebruikten. Daarvoor hebben we gebruik gemaakt van een real time ultrasoon lokalisatiesysteem tijdens het gebruik van de badkamer, de maaltijden, het gebruik van de keuken, en het betreden en verlaten van de kamer.
In totaal hebben de patiënten handhygiëne toegepast bij 29,7 % van de badkamerbezoeken, bij 39,1 % van de maaltijden, in 2,9 % van de gevallen dat ze de kamer hebben betreden en in 6,7 % van de gevallen dat ze die hebben verlaten.
We kunnen dus stellen dat patiënten slechts nu en dan handhygiëne toepassen, wat de overdracht van ziekteverwekkers in de ziekenhuisomgeving in de hand kan werken door indirect contact of via de feco-orale weg.

JE Squires, S Linklater, JM Grimschaw, ID Graham, K Sullivan, N Bruce, K Gartke, AKarovitch, V Roth, K Stockton, J Trickett, J Worthington, KN Suh.

Understanding practice: factors that influence physician hand hygiene compliance

Infection Control and Hospital Epidemiology,35 (12) : 1511-1520, December 2014

Doelstelling is het identificeren van gedragsbepalende aspecten (zowel in positieve als negatieve zin)op de handhygiënecompliantie (HH) van artsen. Het gaat om een kwalitatieve studie die bestaat uit half-gestructureerde en gerichte interviews met de medische staf en de patiënten in een Canadees universitair ziekenhuis. Deelnemers waren 42 artsen en patiënten op een dienst interne geneeskunde en chirurgie.
Voor de interviews werd gebruik gemaakt van een intervieuwgids gebaseerd op het ‘Theoretical Domains Framework’ (TDF), een kader inzake gedragswijziging met 14 theoretische domeinen die gezondheidsgerelateerd gedrag verklaren. Voor de analyse van de transcripties van de interviews werd uitgegaan van de thematische analyse van de inhoud, die bestond uit een systematische aanpak in 3 stappen: de code, ontwikkelen van specifieke overtuigingen en de identificatie van relevante TDF domeinen. Uit de resultaten blijkt dat personeel en patiënten gelijkaardige bepalende elementen aanhalen, zowel voor de geneeskundige als voor de chirurgische dienst. In totaal worden 53 specifieke overtuigingen geïdentificeerd, afkomstig uit 9 theoretische domeinen, die als relevant worden beschouwd voor de HH-compliantie van de artsen. Die 9 relevante domeinen zijn kennis, vaardigheden, geloof in de capaciteiten, overtuiging over de gevolgen, doelstellingen, geheugen, aandacht en besluitvormingsprocedures, omgevingscontext en de middelen, sociale professionele rol en identiteit, en tenslotte de sociale invloeden.
Verschillende bepalende factoren werden geïdentificeerd waarvan artsen denken dat ze HH op het werk beïnvloeden. Deze overtuigingen identificeren potentiële doelstellingen voor individuen, het team en de organisatie voor interventies die gericht zijn op gedragswijziging om de HH-compliantie van artsen te bevorderen.

 J Rowlands, MP Yeager, M Beach, HM Patel, BC Huysman, RW Loftus

Video observation to map hand contact and bacterial transmission in operating rooms.

American Journal of Infection Control, 42 (7) : 688-701, 2014.

Handhygiëne (HH) wordt beschouwd als de belangrijkste maatregel om de overdracht van bacteriën in de zorgeenheden te vermijden en ook de zorginfecties te voorkomen. Ondanks de inspanningen om het aantal zorginfecties te verminderen door het promoten van handhygiëne, is de naleving ervan sterk afhankelijk van de ziekenhuisomgeving.
We hebben gebruik gemaakt van een intra-operatieve video-observatie om 1) tijdspatronen in beeld te brengen van de contacten van de handen van een anesthesist met de oppervlaktes in de anesthesie-omgeving (AWE) en om 2) de HH-compliantie te evalueren. Vervolgens hebben we periodische microbiologische staalnames van vaak gebruikte voorwerpen verricht om de overdracht van bacteriën in de tijd te kenmerken.
Aan de hand van Wereld Gezondheids Organisatie (WGO)-criteria hebben we een groot aantal opportuniteiten en een gering percentage HH-compliantie bij de anesthesisten (gemiddeld: 2,9 %) vastgesteld. We hebben behalve een negatieve correlatie tussen de HH-compliantie van de anesthesist tijdens de inductie en het ontwaken (resp. 3,2 % en 4,1 %) ook het belang vastgesteld van de besmetting van het AWE-oppervlak (resp. 103 en 147 CFU) op die momenten. Een correlatie tussen het aantal contacten van de handen met het AWE-oppervlak en de bacteriële besmetting hebben we niet gevonden.
We kunnen dus stellen dat het naleven van de huidige HH-aanbevelingen door de anesthesisten niet haalbaar is. Toch lijkt er een correlatie te bestaan tussen het percentage HH-compliantie en de bacteriële AWE-besmetting. Deze vaststelling moet de aanzet zijn tot onderzoek naar nieuwe methodes om de overdracht van bacteriën in operatiezalen te controleren.

 DS Yokoe, DJ Anderson, SM Berenholtz, DP Calfee, ER Dubberke, KD Ellingson, DN Gerding, JP Haas, KS Kaye, M Klompas, ELo, J Marschall, LA Mermel, LENicolle, CD Salgado, K Bryant, D Classen, K Crist, VM Deloney, NO Fishman, N Foster, et al.

A compendium strategies to prevent healthcare-associated infections in acute care hospitals: 2014 updates

American Journal of Infection Control, 42 (8) : 820-828, August 2014.

Sinds de publicatie van het “Compendium of Strategies to Prevent Healthcare-Associated. Infections in Acute Care Hospitals” in 2008 is de preventie van zorginfecties (HAIs) een nationale prioriteit. Ondanks alle inspanningen komen vermijdbare HAIs nog steeds voor. Het compendium is in 2014 geactualiseerd om praktische en recente expertise ter beschikking te stellen van acute ziekenhuizen, die hen moet helpen prioriteiten te bepalen en een beleid te implementeren op vlak van preventie van HAIs. Dit is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen de Society for Healthcare Epidemiology of America (SHEA), de Infectious Diseases Society of America (IDSA), de American Hospital Academy Society (AHA), de Association for Professionals in Infection Control and Epidemiology (APIC) en de “Joint Commission”, met de medewerking van vertegenwoordigers van verschillende organisaties en verenigingen met heel wat expertise, zoals de Centers for Disease Control and Prevention (CDC), het Institute For Healthcare Improvement (IHI), de Pediatric Infectious Diseases Society (PIDS), de Society of Critical Care Medicine (SCCDM), de Vereniging voor ziekenhuisgeneeskunde en de Vereniging voor chirurgische infecties.

EJ Carter, SM Pouch, EL Larson

Common infection control practices in the emergency department: a literature review

American Journal of Infection Control, 42 (9) : 957-962, September 2014.

Context: zorginfecties (HAIs) zijn een enorme uitdaging, ook al zijn de meeste te vermijden. De dienst spoedgevallen is een hoeksteen in het gezondheidszorgsysteem. Vaak is de werkdruk er zeer hoog, waardoor het personeel niet altijd de op aanbevelingen gebaseerde infectiepreventiepraktijken naleeft.
Methode: deze review onderzoekt de literatuur over de naleving door het personeel op de dienst spoedgevallen om praktijken uit te kiezen op vlak van infectiepreventie, zoals handhygiëne (HH) en aseptische technieken tijdens het plaatsen van centraal veneuze en urinekatheters. Op PubMed hebben we studies opgezocht over de naleving van het personeel op de dienst spoedgevallen tijdens routinezorgen aan de patiënt, aseptische technieken bij het plaatsen van centraal veneuze en urinekatheters en de besmettingsgraad van de uitrusting.
We hebben 853 studies en 589 samenvatting doorgelicht. We hebben de volledige tekst van 36 artikels onderzocht en 23 artikels beantwoordden aan de inclusiecriteria. Acht studies maakten gebruik van gevarieerde schalen om handhygiënecompliantie (HH) te meten, die uiteenliep van 7,7 % tot 89,7 %. Zeven artikels onderzochten het inbrengen van centraal veneuze katheters op de dienst spoedgevallen of door de spoedartsen. Details over de aseptische praktijken tijdens het plaatsen van een urinekatheter ontbraken. Vier artikels gingen over de besmetting van de uitrusting op de dienst spoedgevallen.
We besluiten dat standaarddefinities en -methodes voor het opvolgen van de compliantie noodzakelijk zijn om de resultaten tussen diensten te vergelijken. 

A Schek Mc Alearney, JL Hefner

Facilitating central line-associated bloodstream infection: a qualitative study comparing perspectives of infection control professionals and frontline staff.

American Journal of Infection Control, 42 (10) : S216-S222

Achtergrond: professionals inzake infectiecontrole (ICPs) spelen een sleutelrol bij de toepassing en het beheer van maatregelen om zorginfecties te beperken. Het operationeel personeel daarentegen moet de patiënt rechtstreekse en continue zorgen verstrekken. Onze studie wil nagaan of de ICPs en het operationeel personeel er andere visies op nahouden over de facilitatoren en de uitdagingen van de programma’s ter preventie van centrale-lijngeassocieerde bloedstroominfectie (CLABSI).
Methode: we hebben informatieve enquêtes afgenomen in 8 ziekenhuizen, die deelnamen aan de CLABSI-preventie, een initiatief van het ‘Agency for Healthcare Research and Quality’ met als titel: “On the CUSP: Stop BSI”. We hebben intervieuwgegevens geanalyseerd van 50 verpleegkundigen op het terrein en van 26 ICPs om de gemeenschappelijke thema’s te identificeren die het programma faciliteren of bemoeilijken.
De 4 succesfactoren die van het CLABSI-programma waren: opleiding, leiderschap, gegevens en samenhang. Daarnaast hebben we ook 3 gezamenlijke uitdagingen geïdentificeerd: gebrek aan middelen, concurrerende prioriteiten en weerstand van artsen. Toch zijn de visies van de ICPs en van het operationeel personeel verschillend. Terwijl de ICPs zich eerder richten op algemene beschrijvingen, zal het operationeel personeel zich concentreren op de specifieke aspecten van het programma en vaak concrete voorbeelden bespreken.
We kunnen dus stellen dat de ICPs rekening moeten houden met de visies van het verplegend personeel op het terrein wanneer infectiecontrole wordt toegepast of bredere kwaliteitsbevorderende initiatieven worden genomen. Bovendien kan het bewust betrekken van het operationeel personeel bij de toepassing van deze programma’s de sleutel zijn tot het succes van die programma’s. 

AKL Hinz, HM Mc Gee, E Huitema, AM. Dickinson, RA Van Enk

Observer accuracy and behavior analysis: data collection procedures on hand hygiene compliance in a neurovascular unit

American Journal of Infection Control, 42 (10) : 1067-1073, October 2014.

Achtergrond: hoewel observationele studies populair zijn, gebeurt er weinig om de integriteit na te gaan van menselijke observatoren en van de procedure voor de verzameling van gegevens. Aspecten rond de integriteit van de gegevens zijn een bedreiging voor de functionele resultaten, leiden tot een problematische interpretatie en een geringe reproduceerbaarheid.
In onze studie werd bij het onderzoeken van de reactie die geassocieerd werd met het inzamelen van gegevens inzake handhygiëne in een ziekenhuisomgeving, gebruik gemaakt van een aangepast instrument voor het inzamelen van gegevens. 

JL Walker, WW Sistrunk, MA Higginbotha, K Burks, L Halford, L Goddard , LA Thombs, C Austin, PJ Finley

Hospital hand hygiene compliance improves with increased monitoring and immediate feedback

American Journal of Infection Control, 42 (10) : 1074-1078

Achtergrond: zorginfecties zijn de oorzaak van ernstige complicaties waar jaarlijks twee miljoen personen door getroffen worden en die jaarlijks zo’n honderdduizend dodelijke slachtoffers eisen. In deze studie evalueren we de efficiëntie van een nieuw opvolgingsprogramma voor handhygiëne (HHMP) en meten we hoe duurzaam het effect is over een periode van een jaar.
Het HHMP berust op een aantal pijlers: een grondige opleiding, zichtbare waarnemers, een onmiddellijke feedback aan het zorgpersoneel over de compliantie en gegevens in real time overmaken aan de directie. Het HHMP werd toegepast in 2 zorgeenheden van een ziekenhuis (= de pilootafdelingen). Twee verschillende maar gelijkaardige zorgeenheden werden als controle gebruikt en de handhygiënecompliantie werd opgevolgd via de techniek van de ‘mystery shopper’. De 4 zorgeenheden werden een jaar lang gevolgd. In de 2 pilootafdelingen deed zich een statistisch significante verhoging van de handhygiënecompliantie voor. In de eerste pilootafdeling verhoogde de compliantie van 49 % naar 90 % en in de tweede pilootafdeling van 60% naar 96 %. In de 2 proefafdelingen waren de resultaten gedurende minstens 6 maanden constant. De compliantiecijfers waren significant hoger in de pilootafdelingen dan in de controleafdelingen. In de controleafdelingen werd geen significante wijziging vastgesteld.
Deze resultaten doen vermoeden dat een continue monitoring door zichtbare waarnemers en onmiddellijke feedback de sleutels zijn tot succesvolle handhygiëneprogramma’s.

L Johnson, S Grueber; C Schlotzhauser; E Phillips, P Bullock; J Basnett; K Hahn-Cover

A multi-factorial action plan improves hand hygiene adherence and significantly reduces central line-associated bloodstream infections

American Journal of Infection Control, 42 (11) : 1146-1151

Handhygiëne (HH) mag dan wel essentieel zijn om zorginfecties te beperken, toch is duidelijk aangetoond dat zorgverleners (HCW) de HH-protocollen nog steeds relatief slecht naleven. Het gaat om een samenwerkingsproject dat tussen april 2006 en september 2012 is opgezet in een universitair ziekenhuis in Colombia en dat de kwaliteit moest verbeteren via verschillende interventies. We hebben een multimodaal actieplan opgesteld om het voltallige personeel ertoe aan te zetten beter de HH na te leven en daarbij stonden 4 aspecten centraal: opleiding van het personeel, verantwoordelijkheid van het personeel, keuze en beschikbaarheid van het ontsmettingsmiddel voor de handen en de organisatiecultuur. De eindindicatoren waren de naleving van HH en de centrale-lijngeassocieerde bloedstroominfectie (CLABSI).
De algemene HH-naleving is gestegen van 58 % in april 2006 naar 98 % in september 2012. De naleving is toegenomen in alle ziekenhuiseenheden en bij alle categorieën van gezondheidswerkers. In september 2012 bedroeg de naleving bij de artsen96 %, bij het zorgpersoneel 99 %en bij het personeel dat de maaltijden bereidde 99 %. In diezelfde periode is het aantal CLABSI’s gedaald van 4,08 per 1000 katheterdagen naar 0, 42 per 1000 katheterdagen.
Dit project ter bevordering van de multifactoriële kwaliteit heeft geleid tot een betere naleving van HH binnen de instelling en tot een significante daling van het aantal CLABSI’s.

T Powell; N Wigglesworth; N Drey; D Gould

Developing a model to assess optimum infection control workforce in acute care settings

American Journal of Infection Control, 42 (11) : 1142-1145

 Er bestaat weinig onderzoek naar het aantal personeelsleden dat werkzaam is rond infectiepreventie en –controle naar de ideale grootte en samenstelling van infectiecontroleteams.
De acute ziekenhuizen van het Britse nationale gezondheidszorgsysteem werden om informatie gevraagd over het aantal tewerkgestelde personen bij de infectiepreventie en -controle en over het aantal wekelijkse uren dat aan deze activiteit wordt besteedt.. We hebben het verband onderzocht tussen het personeelsbestand dat wordt ingezet voor infectiepreventie en -controle, het aantal gehospitaliseerde patiënten en de routine ingezamelde surveillancegegevens inzake zorginfecties.
137 (85 %) ziekenhuizen zijn op ons verzoek ingegaan. Het aantal verpleegkundigen dat bezig is met infectiepreventie en -controle schommelt al naargelang de organisatie tussen de 1 en 16. 46 ziekenhuizen (33,6 %) hebben geantwoord over geen microbiologische gegevens te beschikken en voor 11 (8 %) werden de gegevens foutief ingevoerd. In 107 (78,1 %) organisaties werkt een apotheker gespecialiseerd in antibioticatherapie. Heel wat infectiepreventie en –controleteams stellen op weinig steun van het management te kunnen rekenen, niet vertegenwoordigd te zijn binnen de organen waar beslist wordt over de toekenning van middelen of geen administratieve ondersteuning te krijgen.
We kunnen dus stellen dat ondanks de prioriteit die infectiepreventie en -controle de afgelopen tien jaar in Groot-Brittannië heeft gekregen, nog heel wat infectiepreventie en –controleteams met een gebrek aan middelen kampen. 

MA O Filho, AR Marra, T Pereira Magnus, R Dias Rodriguez, M Prado, T Roberto de Souza Santini; E Da Silva Victor, E Issao Ishibe, OF Pavao dos Santos; MB Edmond

Comparison of human and electronic observation for the measurement of compliance with hand hygiene

American Journal of Infection Control, 42 (11) : 1188-1192, November 2014.

De opvolging van handhygiëne is een essentieel onderdeel voor de verbetering van de indicatoren inzake ziekenhuiskwaliteit.
Deze prospectieve studie (elektronische waarneming) liep over een periode van 14 weken van 3 december 2013 tot 9 maart 2014 en heeft de handhygiënecompliantie (HH) geëvalueerd op een step-down unit voor volwassenen. We hebben de cijfers van de elektronische telling van de handwasbeurten vergeleken met de radiofrequentie-identificatie (RFID-ZigBee; i-Healthsys, São Carlos, Brazil) (elektronische waarnemersmelding) die elke activering van de dispenser voor hydroalcoholische gel telt via rechtstreekse (menselijke) waarneming met een i-Scrub applicatie. Voor de volledige waarnemingsperiode, zowel menselijk als elektronisch, bleek dat de elektronische waarneming 414 HH-episodes heeft gemeten, terwijl er via menselijke waarneming 448 zijn geïdentificeerd. De algemene concordantie (441/448) bedroeg 92 % (95% betrouwbaarheidsinterval [CI] 90%-95 %) met een binnenklasse correlatiecoëfficiënt van 0,87 (95 %CI: 0,77-0,92).
Ons RFID (ZigBee) systeem blijkt zeer nauwkeurig te zijn (92 %) en is een nuttige methode voor het evalueren van de HH-compliantie.

E Lloyd-Smith, J Curtin, W Gilbert, MG Romney

Qualitative evaluation and economic estimates of an infection control champions program.

American Journal of Infection Control, 42 (12) : 1303-1307, December 2014.

In heel wat Noord-Amerikaanse ziekenhuizen slagen operationele modellen voor conventionele infectiecontrole er vaak niet het zorgpersoneel op het terrein voldoende ondersteuning te bieden. Doelstelling van deze studie was het beschrijven van een duurzaam programma van een infectiecontrole-kampioen (ICC) gebaseerd op de resultaten van focusgroepen.
Er werd een gedecentraliseerd model van infectiecontrole opgemaakt, waarbij verpleegkundigen gespecialiseerd in infectiepreventie en -controle twaalf maanden lang in 3 Canadese ziekenhuizen werden gestationeerd. Daarna moesten focusgroepen de algemene haalbaarheid, en de kritieke factoren die de duurzaamheid kunnen belemmeren, beschrijven. Ook werd de kost van het ICC-programma, vergeleken met de aanwerving van een nieuwe verpleegkundige gespecialiseerd in infectiecontrole, berekend.
Volgens de deelnemers aan de focusgroepen was het programma haalbaar. Struikelblokken waren o.a. het tijdsgebrek en de turnover van het personeel. Kritieke aspecten voor een geslaagde implementatie van een ICC-programma waren de definiëring van de rollen en doelstellingen van het ICC-programma, ondersteuning en de nodige middelen voor het programma, de betrokkenheid van het voltallige personeel, een flexibele structuur en een evaluatie van het programma. De kost per bed van het ICC-programma was geringer dan de kost per bed voor de aanwerving van een nieuwe verpleegkundige infectiecontrole.
We kunnen stellen dat een gedecentraliseerd model voor de levering van diensten op vlak van infectiepreventie en -controle positief kan zijn, wanneer de infectiecontroleteams over te weinig middelen beschikken, zoals vaak het geval is. Een geslaagde implementatie van een ICC-programma is afhankelijk van verschillende factoren. 

R Kaur, H Razee, H Seale

Facilitators and barriers around teaching concepts of hand hygiene to undergraduate medical students

Journal of Hospital Infection, 88 n(1) : 28-33, September 2014

Achtergrond: momenteel is er slechts weinig literatuur beschikbaar over de impact en de geschiktheid van de opleidingsmethoden die worden gebruikt voor het aanleren van concepten op vlak van handhygiëne aan studenten geneeskunde.
De bedoeling van deze studie is te peilen naar enerzijds de standpunten van academici en studenten geneeskunde op vak van handhygiëne (HH) en naar de factoren die de compliantie beïnvloeden, en anderzijds naar de manier waarop HH momenteel wordt onderwezen in de faculteiten geneeskunde. We zijn ook op zoek gegaan naar nieuwe leer- en onderwijsmethodes die kunnen helpen om de kennis en de houding van studenten t.o.v. HH te verbeteren.
We hebben individuele diepte-interviews afgenomen van academici en studenten geneeskunde en de transcripties zijn per thema geanalyseerd.
De deelnemers hadden de indruk dat studenten het onderwijs over HH niet hoog inschatten en het ook niet interessant vonden, vooral dan in vergelijking met andere vakken uit het programma. De belangrijkste aanbevelingen voor de opleiding waren het gebruik van de professional als model, evaluatietaken en feedback van patiënten en collega’s. Zij kunnen worden ingeschakeld om de houding van studenten geneeskunde t.o.v. HH en hopelijk ook de naleving ervan te verbeteren. Er werden ook regelmatige, korte en op een scenario gebaseerde en/of hands-on sessies georganiseerd. Het overkoepelende thema was de nood aan een mentaliteitswijziging om duurzame HH-praktijken bij studenten geneeskunde te bevorderen.
Er moet werk worden gemaakt van evaluatie en van een op een scenario gebaseerde leer- en onderwijsmethode om studenten geneeskunde meer bewust te maken van het belang van HH. Om dit op een duurzame manier te bewerkstelligen lijken rolmodellen en een mentaliteitswijziging rond infectiecontrole noodzakelijk.

Straszewicz, M.-C. Eisenring, V. Bettschart, S. Harbart, N. Troillet

Thirteen years of surgical site infection surveillance in Swiss hospitals

Journal of Hospital Infection, 88 (1) : 40-47, September 2014

 Achtergrond: surveillance is een essentieel element voor de preventie van postoperatieve wondinfecties (SSI). Slechts weinig studies hebben de lange termijn gevolgen van die programma’s onderzocht. Deze studie geeft een voorstelling van de gegevens van een multicentrisch surveillanceprogramma over een periode van 13 jaar in Zuidwest-Zwitserland.
We hebben een surveillance uitgevoerd met opvolging na ontslag uit het ziekenhuis en daarbij werd gebruik gemaakt van het systeem van de Amerikaanse ‘National Nosocomial Infections Surveillance’ (NNIS). Voor elk onderzocht type chirurgie werd het aantal SSI berekend, zowel in het algemeen, als per jaar dat werd deelgenomen aan het programma. De SSI risicofactoren en het effect van de surveillancetijd op het aantal SSI zijn geanalyseerd met behulp van de meervoudige logistische regressietechnieken.
De algemene SSI-cijfers waren de volgende: 18,2 % na 7411 colectomieën, 6,4 % na 6383 appendicectomieën, 1,7 % na 9933 herniografieën, 1,6 % na 6341 artroplastiën van de heup en 1,3 % na 3667 artroplastiën van de knie. Het aantal opgespoorde SSI na ontslag uit het ziekenhuis varieert van 21 % voor de colectomie tot 94 % voor de artroplastie van de knie. De onafhankelijke risicofactoren voor SSI verschillen al naargelang de interventies. De risico-index van de NNIS is enkel een goede voorspellende variabele voor SSI in geval van gastro-intestinale chirurgie. Over het algemeen bood de laparoscopische techniek bescherming, maar deze was wel geassocieerd met een hoger infectiecijfer van organen/anatomische ruimten in geval van appendicectomie. De participatieduur aan het surveillanceprogramma wordt niet geassocieerd met een geringer aantal SSI, ongeacht de procedure.
Deze gegevens bevestigen dus de impact van de surveillance na ontslag uit het ziekenhuis op het aantal SSI en het beschermend effect van de laparoscopie. Alternatieve methodes voor case-mix aanpassing zijn dus noodzakelijk. In tegenstelling tot andere Europese programma’s, hebben we geen positieve impact kunnen vaststellen van de surveillanceduur op het aantal SSI.

JD Howard, C Jowett, J Faoagali, B McKenzie

New method for assessing hand disinfection shows that pré-operative alcoho/chorhexidine rub is as effective as a traditional surgical rub

Journal of Hospital Infection, 88 (2) : 78-83, October 2014

 Achtergrond: verschillende studies hebben aangetoond dat de ontsmetting door het rubben van de handen met een alcohol/chloorhexidine oplossing net zo efficiënt is als een traditionele chirurgische ontsmetting met 4% chloorhexidinezeep. Volgens de auteurs vertonen de studies methodologisch een aantal lacunes, die de toepassing ervan op een operatiekwartier beperken. Daarom werd een methode ontwikkeld om de producten te vergelijken in de dagelijkse omgeving van het operatiekwartierwaarbij gebruik werd gemaakt van operatiekwartierpersoneel.
Deze studie wil met een nieuwe methode nagaan of het inwrijven met alcohol/chloorhexidine net zo efficiënt is als het klassieke inwrijven met zeep.
Refenretiewaarden van bacterietellingen werden verzameld bij 20 anesthesisten waarbij gebruik werd gemaakt van de “handvocht-”methode. Vervolgens werd, met telkens een wissel van steriele handschoenen, één hand gedurende 3 minuten ingewreven met een waterige chloorhexidine 4%-oplossing en de andere gedurende 60 seconden met een oplossing met isopropylalcohol 70 % / chloorhexidine 0,5 %. Bacterietellingen werden voor elke hand ingezameld na 30 minuten, ook volgens de “handvocht-” methode. De tellingen werden omgezet in log 10 waarden om de tellingen van de baseline en van de rechter en linker hand te vergelijken, evenals de efficiëntie tussen de groepen.
De gemiddelde (+/- standaard afwijking [SD]) bacterietellingen aan de baseline bedragen (log 10) 4,42 +/- 0,81 voor de linkerhand en 4,64 +/- 0,60 voor de rechterhand (P>0,05). De gemiddelde reductie (+/- SD) vanaf de baseline bedraagt (log 10) 1,45 +/- 0,50 voor chloorhexidine 4 % en 2,01 +/- 0,98 voor alcohol/chloorhexidine (P>0,05).
We kunnen dus stellen dat het inwrijven met alcohol/chloorhexidine net zo efficiënt is als een traditionele handrub na 30 minuten. Deze studie onderscheidt zich van vorige studies omdat ze werd uitgevoerd bij een populatie anesthesisten in hun werkomgeving. De McKenzie methode maakt baseline- en studie-evaluaties mogelijk op hetzelfde tijdstip en bij hetzelfde individu. Elk individu is immers zijn eigen controle . Deze methode biedt een klinisch meer relevante manier dan de standaard methodes om ontsmettende oplossingen te vergelijken.

SJ Storey, G Fitzgerald, G Moore, E Knights, S Atkinson, S Smith, O Freeman, P Cryer, APR. Wilson

Effect of a contact monitoring system with immediate visual feedback on hand hygiene compliance

Journal of Hospital Infection, 88 nr (2) : 84-88, October 2014

Achtergrond: handhygiënecompliantie wordt gebruikelijk met visuele methodes opgevolgd, die evenwel vertekend kunnen zijn en ook zeer beperkt zijn in tijd. Een automatische opvolging kan efficiënter zijn voor de infectiecontrole en op vlak van performance management.
Deze studie moet nagaan in hoeverre een systeem van automatische contactmonitoring voor handhygiëne nauwkeurig en aanvaardbaar is.
De uitrusting voor de monitoring werd geïnstalleerd voor 55 bedden in 3 eenheden en bestond uit gewijzigde identificatiebadges, bedside meubilair, lavabo’s en dispensers voor alcoholhoudende gel. De badges stonden in nauw contact met de huid (door het uniform) en konden alcoholdampen detecteren. Alle toestellen waren Wi-Fi verbonden. Via een verkeerslichtsysteem op de badge kregen personeel en patiënten onmiddellijke feedback over de handhygiënestatus van het personeelslid dat in de buurt van de patiënt kwam. De compliantie werd automatisch geregistreerd. Na de periode van onmiddellijke feedback, werd 2 weken lang geen feedback gegeven. Daarna kwam de feedback gedurende 10 dagen via rode en groene lichten, gevolgd door feedback achteraf naar de zorgeenheid. Handhygiëne werd onafhankelijk gecontroleerd door een waarnemer.
De handhygiënecompliantie is toegenomen van 21 % op 97 opportuniteiten tot 66 % op 197 opportuniteiten tijdens de onmiddellijke actieve feedback. De compliantie is afgenomen wanneer de feedback achteraf werd gegeven aan de eenheid. Zes personen (26 %) weigerden de badge te dragen, wegens te zwaar of omdat ze niet de hele dag in de eenheid aanwezig waren. Slechts 3 patiënten op de 30 zegden dat ze het personeel, dat geen handhygiëne had toegepast, erover zouden aanspreken.
We kunnen dus stellen dat automatische contactmonitoring met onmiddellijke feedback efficiënt is om de handhygiënecompliantie te bevorderen. Feedback achteraf vermijdt evenwel niet dat de compliantie erop achteruit gaat. 

JD Rutter, K Angiulo, DR Macinga

Measuring residual activity of topical antimicrobials: is the residual activity of chlorhexidine an artefact of laboratory methods ?

Journal of Hospital Infection, 88 (2) : 113-115, October 2014.

De residuele werking van chloorhexidinegluconaat (CHG) werd geëvalueerd na behandeling van de handen met CHG en vervolgens na aanraken van op roestvrije staalplaten gedroogde Staphylococcus aureus. Via deze methode hebben we geen daling van het aantal bacteriën na 15 minuten vastgesteld, wat erop wijst dat CHG geen bescherming biedt tegen besmetting met transiënte kiemen in de klinische praktijk. 

K Page; AG Barnett, M Campbell; D Brain, E Martin, N Fulop, N Graves

Costing the Australian national hand hygiene initiative

Journal of Hospital Infection, 88 (3 ) : 141-148, November 2014.

Het Australian National Hand Hygiene Initiative (NHHI) is een grootschalig programma rond patiëntveiligheid, gecoördineerd door Hand Hygiene Australia (HHA) en gefinancierd door de Australian Commission for Safety and Quality in Health Care. Om te weten of de beslissing om dit programma als deel van de gezondheidszorg verder te zetten kostenefficiënt is, moeten we inzicht krijgen in de jaarlijkse werkingskost van dit programma.
De bedoeling is de jaarlijkse werkingskosten, opstartkosten niet meegerekend, van het NHHI-programma in te schatten.
Vooruitzichten op vlak van gezondheidszorg zijn vastgelegd voor wat betreft de kost en de ingezamelde gegevens van de 50 grootste openbare ziekenhuizen uit Australië die aan het initiatief hebben deelgenomen en die verspreid waren over alle staten en het hele grondgebied. De kosten voor HHA, de kosten voor de infectiepreventiegroepen op nationaal vlak, de kosten van elk acuut ziekenhuis en de extra kosten voor het alcoholhoudend product voor handontsmetting waren inbegrepen.
Het programma kost jaarlijks 5,56 miljoen Australische $ (5,76 miljoen US $; 3,63 miljoen £). De meeste kosten worden gedragen door de ziekenhuizen (65 %) en hebben betrekking op de tijd die nodig is voor de controle van de handhygiënecompliantie en op de opleiding. Elke verpleegkundige infectiecontrole spendeert gemiddeld 5 uur per week aan het NHHI programma en de jaarlijkse kost voor het ziekenhuis bedroeg in 2012 zo’n 120.000 AU $ (124.000 US $; 78.000 £).
Een correcte raming van de totale kost van dit programma is essentieel om een beeld te krijgen van de kostenefficiëntie van de implementatie van het NHHI-programma. Dit artikel biedt transparante berekeningsmethodes en de resultaten bevatten ook een aantal bedenkingen.

EL Best; P Parnell; MH Wilcox

Microbiological comparison of hand-drying methods: the potential contamination of the environment, user, and bystander.

Journal of Hospital Infection, 88 (4) : 199-208, December 2014

Het efficiënt drogen van de handen is belangrijk om te vermijden dat ziekteverwekkers zich gaan verspreiden, maar kennis of droogmethodes al dan niet ook besmetting van omgeving en aanwezigen tegengaan, is beperkt. Doelstelling is drie doorsnee methodes voor het drogen van de handen (jetdrogers, warmeluchtdrogers en papieren doekjes) te vergelijken en na te gaan in welke mate ze omgeving, gebruikers en omstaanders besmetten.
De handen werden ingewreven met lactobacillen om het effect van slecht gewassen, besmette en gedroogde handen te simuleren. Het onderzoek omvatte 120 tests met luchtmonsters (60 tests en 60 controles), onderverdeeld in ‘heel nabij’ en ‘op een meter van’ het droogproces. Bij afzonderlijke tests werden handen met verf besprenkeld, om de verspreiding van de druppels te visualiseren.
De hoeveelheid bacteriën in de lucht daar waar de handen worden gedroogd is 4,5 keer hoger voor de jetdrogers (70,7 kolonievormende eenheden [cfu]) dan voor de warmeluchtdrogers (15,7 cfu) (P= 0,001) en 27 keer hoger dan bij het gebruik van papieren doekjes (2,6 cfu) (P<0,001). Ook de luchtmeting is significant verschillend bij het gebruik van papieren doekjes dan bij warmeluchtdrogers (P= 0,001). Een gelijkaardig patroon wordt vastgesteld voor de bacterietelling op een meter. Uit visualisering van de experimenten bleek dat de jetdrogers het grootste aantal druppeltjes verspreidden.
Jetdrogers en warmeluchtdrogers zorgen bij het drogen van de handen voor een hogere aërosolisatie van bacteriën. Deze resultaten wijzen erop dat warmeluchtdrogers niet geschikt zijn voor gebruik in de zorgeenheden, omdat ze een kruisbesmetting via verspreiding in de lucht naar de omgeving en de andere gebruikers van de toiletten in de hand kunnen werken.

 

◄ Terug naar inhoud

Wetenschappelijke agenda

  • Oktober 2019
  • van 2/10 tot 6/10 || in Washington
    Infectious Diseases Society (Id)WEEK
  • 3/10
    Colloque Hygiène
  • November 2019
  • 28/11
    Symposium BICS
  • December 2019
  • van 16/12 tot 17/12 || in Parijs
    39ème Réunion Interdisciplinaire de chimiothérapie anti-infectieuse (RICAI)
Bekijk de volgende evenementen

Schrijf ook een artikel !

Vacatures

Onze partners

Flux RSS

Subscribe

REDACTIE

Ontdek de andere online nummers van het tijdschrift

Het volledige archief

Ontdek onze speciale dossiers

Uitwisseling van ervaringen