◄ Terug naar inhoud

Infectiepreventie in woon-en zorgcentra: de voorschriften, het werkveld.

Catherine DECHEVRE - directeur van de afdeling ‘Senioren’, Agence pour une Vie de Qualité (AVIQ) Simon BAUDE - directeur van de afdeling ‘Audit en Inspectie’, Agence pour une Vie de Qualité (AVIQ)

Inleiding

Iets minder dan 6 % van de 60-plussers in Wallonië woont in een woon- en zorgcentrum (WZC). Dit cijfer stijgt met de leeftijd, van minder dan 1% voor de leeftijdsgroep van 60-64 jaar tot 1,4% voor de 65-74 jarigen en 6,4% voor de 75-84-jarigen. Daarna gaat dit percentage pijlsnel de hoogte in tot 84,4% voor de leeftijdsgroep van 95 jaar en ouder.

Het woon- en zorgcentrum is een «thuis» waar het gemeenschapsleven zich aan de individuele behoeften aanpast en vice versa. Het is een leefplek waar zorgverstrekking centraal staat, een huis – niet te verwarren met een ziekenhuisomgeving – waar medische en paramedische gezondheidswerkers dagdagelijks in de weer zijn om een zorgzame begeleiding te bieden, met respect voor de regels van de kunst. In domeinen zoals het onderhoud van lokalen en materiaal voor de bewoners, het bereiden van de maaltijden en ook de zorgverstrekking komt infectiepreventie er dan ook ruim aan bod.

Wat zeggen de voorschriften?

Tal van wettelijke bepalingen verwijzen naar infectiepreventie in woon- en zorgcentra in een hoofdstuk dat er volledig aan is gewijd. Concreet gaat het hier om:
– de «algemene diensten, met name de keuken en de wasserij, die strikt volgens de hygiënevoorschriften zijn georganiseerd; bij de keuze van de locatie is ervoor gezorgd dat de bewoners geen hinder ondervinden van geuren, dampen en geluiden»;
– «toegelaten dieren, overeenkomstig de bepalingen van het huishoudelijk reglement; die hebben in geen geval toegang tot de keukens, de lokalen waar voeding wordt bewaard, de eetzaal of de ruimtes voor de zorgverstrekking en het klaarzetten van geneesmiddelen»;
– «vast afval dat in hermetisch afgesloten vuilniszakken wordt afgevoerd in overeenstemming met de afvalvoorschriften»;
– «strikt persoonlijke toiletstoelen die voor specifiek gebruik zijn voorbehouden»;
– «het beddengoed dat permanent in perfect propere staat wordt gehouden en dat sowieso minstens eenmaal per week en zo vaak als nodig wordt verschoond. Vervuild linnengoed wordt in hermetisch gesloten recipiënten gedeponeerd en dagelijks uit de verblijfsruimten afgevoerd.
– «baden of douches die dagelijks door de bewoners moeten kunnen worden gebruikt»;
– de «directeur die ervoor moet zorgen dat geen enkele bejaarde andere bewoners stoort door een gebrek aan verzorging en lichaamshygiëne»;
– de «bereiding van maaltijden en de distributie ervan volgens de meest strikte hygiënevoorschriften en overeenkomstig de vereisten van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen»;
– de «directeur, die alle voorzorgsmaatregelen moet nemen om de verspreiding van besmettelijke ziektes te voorkomen. Zo moet hij alle nodige maatregelen treffen om een aseptische zorgverlening te garanderen door het gebruik van materiaal voor eenmalig gebruik. De inrichting moet steeds over het nodige materiaal beschikken waarmee het personeel een correcte handhygiëne kan toepassen, namelijk met vloeibare zeep en papieren doekjes, en ook over materiaal dat nodig is om een bewoner die aan een besmettelijke ziekte lijdt, te kunnen isoleren. Daarvoor zijn ook zorgprocedures voorzien»;

De woon- en zorgcentra passen nog tal van andere maatregelen toe waarmee de coördinerende en adviserende arts en de hoofdverpleegkundigen, de beroepsbeoefenaren de middelen ter beschikking kunnen stellen om infectiepreventie binnen een instelling via protocollen en registers in kaart te brengen en te evalueren. Concreet gaat het hier om het volgende:
– «het woon- en zorgcentrum moet over schriftelijke procedures beschikken inzake handhygiëne en het isoleren van bewoners met een infectie die besmettelijk kan zijn. Het woon- en zorgcentrum moet beschikken over de producten om een correcte handhygiëne te garanderen en over het nodige materiaal om de in de eerste alinea bedoelde procedures toe te passen»;
– «het woon- en zorgcentrum moet (…) samenwerken met het regionaal platform ziekenhuishygiëne van de zone waar het deel van uitmaakt»;
– in overleg met de hoofdverpleegkundige(n) stippelt de coördinerende en adviserende arts (…) «een beleid uit inzake bestrijding van zorginfecties, preventie van decubitusletsels en chronische wonden, mond- en tandverzorging, incontinentie en palliatieve zorgen»;
– «het woon- en zorgcentrum houdt minstens volgende gegevens bij: (…) het aantal ziekenhuisinfecties».

In haar verslag uit 2015 inzake inrichtingen voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen, maakte AVIQ- in 2014 melding van 220 gevallen van schurft in 54 woonzorgcentra en 1 360 gevallen van MRSA in 345 woonzorgcentra. In 93 inrichtingen werden 1 490 gevallen van aangifteplichtige nosocomiale of andere besmettelijke ziektes opgetekend. Het aantal gevallen van aangifteplichtige besmettelijke ziektes daalt lichtjes t.o.v. het vorige verslag en bedroeg 6,8 gevallen voor 100 bewoners in 2014 en 8,3 gevallen voor 100 bewoners in 2011. Hopelijk is deze daling te danken aan een betere preventie in de instellingen en de aandacht die zorgverleners aan deze bewoners besteden. In de meeste instellingen (95%) zijn de maatregelen in geval van infectieziekten in een schriftelijk protocol vastgelegd.  

Een aanpak gericht op de continue verbetering van de dagelijkse praktijk 6 

Dagelijks aan de normen voldoen is de eerste opdracht van de inrichtingen en de beroepsbeoefenaren en is tegelijk een eerste garantie voor kwaliteit. Werk maken van «kwaliteit» moet een noodzaak zijn, een prioriteit voor managers, directeurs en alle professionals die in de zorgsector actief zijn. Heel wat voorzieningen voor senioren bieden hun bewoners nu al kwalitatief hoogstaande zorgverlening en diensten aan, maar deze diensten zijn vooral gebaseerd op goede praktijken en minder op een aanpak die streeft naar continue en systematische verbetering en die de basis vormt voor kwaliteit. Het doel van een kwaliteitsbeleid is het continu organiseren en verbeteren van de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening om geleidelijk aan te streven naar uitmuntendheid en te kunnen stellen dat de inrichting objectief gezien voldoet aan de behoeften en verwachtingen van de bewoners.

Kwaliteit, gebaseerd op een streven naar continue verbetering, is bovenal een kwestie van een bepaalde ingesteldheid en van de juiste aanpak. Belangrijk is te kunnen temporiseren om na te denken en (opnieuw) betekenis te geven aan de eigen praktijken en acties om altijd een stapje verder te gaan op vlak van kwalitatieve begeleiding van de bewoners, niet alleen in het belang van die laatsten maar ook van de organisatie. 

AVIQ streeft binnen de instellingen naar een continue verbetering van de aanpak aan de hand van het levensproject van de instelling. Dit is een document dat alle acties en maatregelen bundelt die bedoeld zijn om de sociale integratie en de levenskwaliteit van de bewoners, zowel binnen als buiten de instelling voor senioren, te waarborgen.

Deze aanpak van zelfevaluatie maakt deel uit van een autonoom kwaliteitsbeoordelingsproces om de beslissingen van de structuur te verduidelijken en moet gericht zijn op de relevantie en de voorwaarden voor de implementatie van de acties voor de bewoners. Dit moet de instelling helpen nadenken over haar praktijken en er betekenis aan te geven. 

De interventies in het werkveld 

De audit- en inspectiedienst van AVIQ ziet er op toe dat de verschillende normen binnen de inrichtingen, waaronder die op vlak van infectiepreventie, worden toegepast.

De inspecteurs maken van hun waarnemingen een verslag, dat voor de managers is bestemd. Soms gaat dit verslag gepaard met een actieplan dat de nodige verbeteringen moet aanbrengen.

De aanpak van de inspecteurs is erop gericht de levenskwaliteit in de instellingen te bevorderen en continue kwaliteitsverbeteringsinitiatieven te ondersteunen, door managers bij te staan bij de implementatie ervan.

De inspecteur ziet trouwens niet enkel toe op de naleving van de normen, in zijn adviserende rol is hij ook steeds aanspreekbaar en luisterbereid. Daarvoor baseert hij zich op aanbevelingen en bundels van goede praktijken ter zake. 

Bibliografie

1.  Agence pour une Vie de Qualité, Rue de la Rivelaine, 21 te 6060 CHARLEROI
2.  Agence pour une Vie de Qualité, Rue de la Rivelaine, 21 te 6060 CHARLEROI
3.  AVIQ, Rapport bisannuel des établissements d’hébergement et d’accueil pour ainés au 31 décembre 2014, p. 52.
4. Waals reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, bijlage 120, hoofdstuk 2. Normen inzake hygiëne, voeding en gezondheidszorg. Andere bepalingen zijn verspreid opgenomen in het KB van 21 september 2004 houdende vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis, als centrum voor dagverzorging of als centrum voor niet-aangeboren hersenletsels.
5. AVIQ, Rapport bisannuel, op. cit., pp. 87-88
6.   Momenteel loopt binnen AVIQ overleg, op initiatief van mevrouw Jessica Marchal, voormalig projectverantwoordelijke. 
7. CWASS, article 334, alinéa 1er, 6°

◄ Terug naar inhoud

Wetenschappelijke agenda

  • Oktober 2019
  • van 2/10 tot 6/10 || in Washington
    Infectious Diseases Society (Id)WEEK
  • 3/10
    Colloque Hygiène
  • November 2019
  • 28/11
    Symposium BICS
  • December 2019
  • van 16/12 tot 17/12 || in Parijs
    39ème Réunion Interdisciplinaire de chimiothérapie anti-infectieuse (RICAI)
Bekijk de volgende evenementen

Schrijf ook een artikel !

Vacatures

Onze partners

Flux RSS

Subscribe

REDACTIE

Ontdek de andere online nummers van het tijdschrift

Het volledige archief

Ontdek onze speciale dossiers

Uitwisseling van ervaringen