◄ Terug naar inhoud

De verpleegkundige ziekenhuishygiënist- een bedreigde soort?

Yves Velghe - Voorzitter Association Belge des Infirmiers en Hygiène Hospitalière (ABIHH)-UVC Brugmann Pedro Braekeveld - Voorzitter Werkgroep Infectiebeheersing NVKVV (WIN)

Inleiding   

Sinds een 2-tal jaar zijn er heel wat projecten lopende met betrekking tot het hertekenen van de klinische- en managementladder binnen de verpleegkunde. De diverse specialistische en managementfuncties worden onder de loep genomen met als doel de definiëring van de toekomstige rol en statuut van de diverse verpleegkundige functies binnen alle mogelijke instellingen, ziekenhuizen, zorgvoorzieningen alsook de thuiszorg. Aan deze functies dienen de tewerkstellingsplaats, de resultaatsdomeinen, de vereiste competenties en verloning te worden gekoppeld. In het kader van deze functiedifferentiatie en -classificatie binnen verpleegkunde deed het IFIC (Instituut voor Functie Classificatie) eind 2016 een voorstel t.a.v. het kabinet Sociale zaken en Volksgezondheid en haar administratie. Dit voorstel werd door toedoen van een koepel van Vlaamse ziekenhuizen niet weerhouden onder andere omdat de data die het IFIC hanteert voor de koppeling van de verloning niet strookt met de huidige realiteit waarin verpleegkundigen tewerkgesteld zijn. Het voorstel werd aldus ‘voorlopig’ on-hold gezet, maar ondanks een negatief advies van de koepel werd begin 2018 de nieuwe IFIC classificatie binnen de privé-ziekenhuizen toch geïmplementeerd.

De IFIC onderwaardeert de functie van verpleegkundige ziekenhuishygiënist (VPK ZHH) en voldoet qua statuut niet aan de aanbevelingen in de omzendbrief van Christiaan Decoster (voormalig directeur generaal Gezondheidszorg) dd. 19/07/2007, waarin staat vermeld dat elke VPK ZHH deel moet uitmaken van het verpleegkundig middenkader. Volgens de IFIC wordt de VPK ZHH binnen de ziekenhuizen op hetzelfde niveau als een hoofdverpleegkundige ingeschaald, namelijk niveau 17. In de andere sectoren wordt de functie niet erkend. Eind 2016 reageerde het Federaal Platform Ziekenhuishygiëne ( een bevoorrechte partner in de erkenning van de functie van VPK ZHH) en mede op vraag van de Regionale Platformen Ziekenhuishygiëne, ABIHH en WIN, hier eveneens op ten aanzien van de IFIC.

Omdat de ondernomen acties van de koepel en het Federaal Platform Ziekenhuishygiëne geen effect hadden op de implementatie van de IFIC classificatie hebben eind 2017 – begin 2018 het Federaal Platform Ziekenhuishygiëne, de ABIHH en de WIN de krachten gebundeld om gezamenlijk een aantal acties te ondernemen tegen deze toekomstige uitholling van de functie van VPK ZHH. Het eerste gemeenschappelijke doel is de inhoud en het statuut van VPK ZHH, zoals beschreven op de IFIC functiekaart,  aan te passen conform de wettelijke bepalingen, het beroepscompetentieprofiel en de praktijk. Het tweede gemeenschappelijk doel is de positie van ‘elke’ VPK ZHH te versterken en de verloning navenant te maken. Gezien voor een aantal acties de medewerking gevraagd werd van alle VPK ZHH in België, leek het ons opportuun om via deze weg onze collega’s en de teams ziekenhuishygiëne op de hoogte te brengen van de stand van zaken hieromtrent.

IFIC : Valorisatie of Devalorisatie ? 

Sinds een tweetal jaar zweren onze autoriteiten en sociale partners bij de nieuw functieclassificatie van de IFIC voor de sector van de gezondheidszorg. In 2018 werd de classificatie geïmplementeerd in de privé-ziekenhuizen. Dit jaar zijn de openbare ziekenhuizen aan de beurt.

De IFIC functiekaart van VPK ZHH (code 6162) herleidt de inhoud van de functie tot het invoeren van maatregelen en het formuleren van adviezen met volgende resultaatsdomeinen:
• Opsporen en oplossen van hygiënische problemen
• Superviseren van werkmethodes van de instelling m.b.t. hygiëne
• Afnemen van stalen en verzekeren van opvolging van infecties
• Uitvoeren van onderzoeken op materiaal en producten

Met andere woorden wordt de VPK ZHH ontslagen uit zijn mede-coördinerende rol m.b.t. het infectiepreventiebeleid in het ziekenhuis, behoort het motiveren en coachen van medewerkers m.b.t. Infectiepreventie niet meer tot zijn taken (enkel informeren en adviseren), stelt hij/zij geen algemene richtlijnen m.b.t. infectiepreventie meer op (enkel implementeren en advies uitbrengen), wordt zijn/haar participatie aan externe werkgroepen en platformen niet verwacht, … Een dergelijke beschrijving is een uitholling van de functie. Het is duidelijk dat de functiekaart werd opgesteld door mensen die de inhoud van de functie niet kennen én dat dit zeker niet in overleg met de functiehouders, nl. de VPK ZHH, gebeurde. Onze organisaties hebben vervolgens aan de IFIC gevraagd om deze functiekaart aan te passen én zich kandidaat gesteld om hen hierbij te helpen/ondersteunen. Bij wijze van voorbereidend werk werd reeds een aangepaste functiekaart aan de IFIC overgemaakt. Deze functiekaart is conform de huidige wetgeving, het beroepscompetentieprofiel en de praktijk), én werd gevalideerd door het Federaal Platform Ziekenhuishygiëne, de ABIHH en de WIN.
Een ander devaloriserende wijziging betreft de positie van de functie die volgens de omzendbrief van Christiaan Decoster ‘op het niveau van het middenkader’ moet functioneren. Helaas wordt de VPK ZHH in de praktijk niet altijd erkend als middenkader noch verloond. Ondertussen werd de term verlaten en vervangen door zorgmanager. De nieuw functieclassificatie van de IFIC houdt hier echter geen rekening mee en deelt de VPK ZHH in functiecategorie “17”, nl. op hetzelfde niveau als een hoofdverpleegkundige.  Hoewel de omzendbrief de VPK ZHH indeelt in functiecategorie «19», nl. op het dezelfde niveau van zorgmanager. Onlangs interpelleerde het Federaal Platform Ziekenhuishygiëne ook Dhr. L. Verboven, voorzitter van het Paritair Comité 330, m.b.t. de inschaling van de VPK ZHH in een te lage salarisschaal. 
Het rapport over de kwaliteitsindicatoren m.b.t. ziekenhuishygiëne verzameld voor het jaar 2017 rapporteert dat bij 95% van de ziekenhuizen ‘ten minste 1 VPK ZHH lid is van het verpleegkundig middenkader’. Met andere woorden wordt slechts 1 VPK ZHH erkend als middenkader of zorgmanager van het verpleegkundig team ziekenhuishygiëne… en dus niet alle VPK ZHH die deel uitmaken van het team. Daarnaast zien we een trend waarbij projectmedewerkers ziekenhuishygiëne opgenomen worden in het team ter vervanging van VPK ZHH die vervolgens ten onrechte meegeteld worden in het aantal FTE VPK ZHH. Een kanttekening bij deze indicator is dat bij de bevraging in 2013 en 2015 de vraagstelling anders was, nl. ‘VPK ZHH, die deel uitmaken van het wettelijk bepaald minimaal vereiste kader (financiering)  is/zijn lid van het VPK middenkader’. Deze ontwikkeling lijkt ons eerder verontrustend, gezien in ziekenhuizen met meer dan 1 VPK ZHH op deze manier 2 types VPK ZHH gecreëerd worden. Namelijk één VPK ZHH die VPK middenkader is en de andere collega’s VPK ZHH niet. Financieel interessant voor de werkgever maar niet bevordelijk voor de onderlinge samenwerking en de professionalisering van het beroep. Daarnaast wordt er o.i. ook een opening gecreëerd voor een derde soort VPK ZHH, nl. deze van projectmedewerker infectiepreventie, die volgens een aantal bronnen door sommige werkgevers meegeteld worden in het aantal FTE VPK ZHH. Deze indicator wordt in het rapport van 2017 eveneens anders omschreven in vgl. met de rapporten van 2013 en 2015, nl. respectievelijk ‘Effectief aantal VPK ZHH    90% van het theoretisch aantal’ en ‘Effectief aantal VPK ZHH    theoretisch aantal’. De wijzigingen in de omschrijving van deze indicatoren bemoeilijken de interpretatie van de resultaten en evoluties.

Wetgeving en Beroepscompeten-tieprofiel – Duidelijk of dubbelzinnig ?

Met betrekking tot de functie-inhoud wordt in het KB van 26 april 2007 duidelijk de taken van het team voor ziekenhuishygiëne, en bijgevolg van de VPK ZHH, omschreven: 
1° ontwikkeling, implementatie en opvolging van een beleid doorheen het ziekenhuis in verband met 
a) standaardvoorzorgsmaatregelen ter preventie van overdracht van besmettelijke kiemen; 
b) isolatie van besmette patiënten ter indijking van overdracht van besmettelijke ziekten; en 
c) surveillance van ziekenhuisinfecties aan de hand van indicatoren die toelaten hun incidentie in de instelling te volgen en bij te sturen;

2° opzetten van een epidemiebeleid;

3° opvolgen van de hygiëneaspecten bij ziekenhuisactiviteiten zoals 
a) het bouwen of verbouwen; 
b) de activiteiten in het operatiekwartier en het verloskwartier; en 
c) de aankoop van materialen;

4° implementatie van richtlijnen en aanbevelingen opgesteld door officiële instanties, zoals de Hoge Gezondheidsraad; en

5° uitwisselen van informatie en ervaring met andere instellingen binnen het kader van een samenwerkingsplatform op het gebied van ziekenhuishygiëne

Het KB vermeldt ook duidelijk dat de VPK ZHH dient te beschikken over een gepaste opleiding van universitair niveau, met name een diploma van bachelor verpleegkunde aangevuld met een master in de verpleegkunde of een master in de volksgezondheid. Hierboven moet de VPK ZHH aantonen dat hij met goed gevolg een specifieke opleiding m.b.t. infectiepreventie gevolgd heeft. Met andere woorden rechtvaardigen deze opleidingsvereisten de positie van VPK ZHH als middenkader/zorgmanager.
In het KB van 26 april 2007 wordt de salarisschaal echter niet gespecificeerd, alleen de noodzakelijke training. In het advies m.b.t. de organisatie van de ziekenhuishygiëne van 10 november 2005 daarentegen wijst de heer Decoster erop dat het Federaal Platform Ziekenhuishygiëne een competitief salaris voor de VPK ZHH wil (niveau middenkader/zorgmanager). Evenzo benadrukt de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen dat de vergoeding voor VPK ZHH voldoende toereikend moet zijn vanwege de verantwoordelijkheid voor deze intellectuele functie, en zo dus een verloning als middenkader gerechtvaardigd is. Daarnaast voorziet het budget voor financiële middelen de mogelijkheid om de VPK ZHH als middenkader te verlonen. Ook in de omzendbrief van 19 juli 2007 m.b.t de erkeningsnormen en financiering van ziekenhuishygiëne beveelt Dhr. Decoster aan dat de VPK ZHH deel uit maakt van het verpleegkundig middenkader.
Op 21 augustus 2009 werd in de senaat een antwoord op een schriftelijke vraag nr. 4-4161 betreffende de verloning van de VPK ZHH geformuleerd. Daarbij wordt gesteld dat de waardering van de functie van VPK ZHH het ziekenhuis toekomt en zijn positie in de hiërarchische structuur een plaats in het verpleegkundig middenkader rechtvaardigt, gezien zijn uitgebreide opleiding en expertise. Er wordt ook meegedeeld dat deze positie de VPK ZHH het nodige ‘gewicht’ zou geven in zijn contacten met de verpleegkundigen, hoofdverpleegkundigen, paramedici en artsen binnen het ziekenhuis.
Naast deze wettelijke bepalingen waarin duidelijk de inhoud en positie van de VPK ZHH aangegeven staat, werd in 2012 het Belgisch Beroepscompetentieprofiel voor VPK ZHH opgesteld en gevalideerd door de FOD Volksgezondheid, de Algemene Unie voor Verpleegkundigen in België (AUVB), de ABIHH en de WIN. Het profiel werd opgesteld conform het KB van 26 april 2007 en de European Core Curriculum for training of Infection Control Practitioners (2008) in samenwerking met elke verpleegkundige-ziekenhuishygiënist, geneesheer-ziekenhuishygiënist, voorzitter van het comité ziekenhuishygiëne, verpleegkundig directeur en medisch directeur in België (N=623). Het beroepscompetentieprofiel vermeldt duidelijk het doel van de functie, de situering in de organisatie, de resultaatsgebieden, de competenties en de functievereisten. Gezien een beroepscompetentieprofiel een dynamisch gegeven is, werd in de loop van 2017 het profiel door de ABIHH en de WIN gereviseerd conform de huidige evoluties en het ECDC technical document ‘Core competencies for infection control and hospital hygiene professionals in the European Union’ (2013). Het reviseerde profiel kan bij beide organisaties opgevraagd worden.
Ondanks de duidelijke informatie m.b.t. de inhoud en vereisten van de functie van VPK ZHH door de Wetgever en het Beroepscompetentieprofiel stellen we vast dat bij het opstellen van de IFIC-functiekaart van VPK ZHH hiermee geen rekening werd gehouden. Evenmin werd de functiekaart gevalideerd door de functiehouders waardoor de aftoetsing met het werkveld of de praktijk ontbreekt.

Realiteit van het werkveld  

In het najaar van 2017 organiseerden de ABIHH en de WIN een nationale enquête m.b.t. het statuut van de VPK ZHH. Daarbij werden alle VPK ZHH in België aangeschreven met een uitnodiging te participeren aan een bevraging m.b.t. hun huidige rol en positie in het ziekenhuis. In het totaal participeerden 125 VPK ZHH aan de enquête wat neer komt op een representativiteit van 55,8%. Op ziekenhuisniveau waren 84 van de 117 Algemene Ziekenhuizen (AZ) (72,0%) en 11 van de 60 Psychiatrische Ziekenhuizen (PZ) (18,3%) vertegenwoordigd.

Grafiek 1 : Aantal deelnemers per provincie (Abs. Freq.)

Grafiek 2: Percentuele verdeling deelnemers volgens type ziekenhuis (%)

Deze vaststelling komt perfect overeen met de conclusie van het ‘Mission Report – ECDC Country visit to Belgium to discuss antimicrobial resitance issues’ van de European Centers of Disease Control (ECDC). Op pagina 17 van het rapport wordt duidelijk vermeld dat het aantal FTE VPK ZHH veel te laag is in vergelijking met de gangbare norm. Het aantal FTE dient herzien en uitgebreid te worden zodat alle noodzakelijke taken (cfr. ECDC technical document ‘Core competencies for infection control and hospital hygiene professionals in the European Union’ (2013)) uitgevoerd kunnen worden.
Wettelijk wordt in België volgens KB 19/06/2007 het aantal FTE VPK ZHH berekend aan de hand van een formule,nl. Bi x C/1.000 (waarbij Bi = ‘aantal verantwoorde bedden vastgesteld overeenkomstig bijlage 3 van dit besluit voor de betrokken dienst op 1 juli van het dienstjaar’ en C = coëfficiënt per dienst) met een minimum van 1 FTE per 150 bedden (cfr. pag. 7 Omzendbrief C. Decoster 19/07/2007) of 0,66 FTE per 100 bedden. Echter zien we in de praktijk dat nog steeds de norm van 1 FTE VPK ZHH per 250 bedden gehanteerd wordt. Deze norm is gebaseerd op de SENIC-studie uit de jaren ’70 en beantwoordt niet meer aan de huidige context. Op basis van de publicatie van Van den Broek PJ et al. (2007) en naar het voorbeeld van Nederland wordt door de ABIHH en de WIN voorgesteld om 1 FTE VPK-ZHH per 5000 opnames (hospitalisaties + dagopnames) te hanteren. Zo moet het mogelijk worden voor de VPK ZHH om meer voeling te hebben met de werkvloer en meer projecten m.b.t. Ziekenhuishygiëne/Infectiepreventie te organiseren en op te volgen.
Met betrekking tot het al of niet behoren tot het verpleegkundig middenkader stellen we vast dat 73% van de VPK ZHH in de AZ  hiervan deel uitmaakt. In de PZ is dat 64%. In AZ is er een minimaal verschil in het percentage dat deel uitmaakt van het verpleegkundig middenkader tussen ziekenhuizen met 1 VPK ZHH en ziekenhuizen met >1 VPK ZHH, nl. resp. 76,9% en 71%. In AZ en PZ werken de VPK ZHH respectievelijk 43% en 100% deeltijds. Van de deeltijds werkende VPK ZHH in alle AZ combineert 65,22% hun functie als VPK ZHH (gemiddeld 0,49 FTE) met een andere functie (gemiddeld 0,47 FTE – 41% Zorgmanager, 17% Verpleegkundige, 10% Stafmedewerker). Bij voltijds werkende VPK ZHH in AZ combineert 32,26% hun functie als VPK ZHH (gemiddeld 0,99 FTE) met een andere functie (gemiddeld 0,27 FTE – 65% Zorgmanager, 15% Wondverpleegkundige, 10% Stafmedewerker). In AZ met 1 VPK ZHH werkt 74,36% voltijds waarvan 48,28% de functie van VPK ZHH combineert met een andere functie.
In de PZ combineert 91% van de VPK ZHH hun functie als VPK ZHH (gemiddeld 0,5 FTE) met een andere functie (gemiddeld 0,85 FTE – 40% Verpleegkundige, 20% Zorgmanager, 20% Hoofdverpleegkundige).
Van alle VPK ZHH vervullen 38% in AZ en 18% in PZ een telefonische wachtpermanentie voor ziekenhuishygiëne
De activiteiten of resultaatsdomeinen van VPK ZHH in de praktijk stemmen in belangrijke mate overeen met deze geformuleerd in het Belgisch Beroepscompetentieprofiel. In de AZ is deze match groter dan in PZ waarbij het nauw samenwerken met het verpleegkundig middenkader, de dagelijkse coördinatie van het IP-beleid, het aanspreekpunt m.b.t. IP-beleid en het aansturen van referenten IP beduidend lager scoren.
Van alle VPK ZHH is in slechts 78,15% de directie nursing de hierarchisch meerdere. Dit in tegenstelling tot de wet. Bij de overige 21,85% is dat een zorgmanager (9,24%), een andere (Directeur Kwaliteit & Patiëntveiligheid, Medisch Directeur, Klinisch Bioloog, Adj. Directeur Nursing) (8,40%) en de Geneesheer-Ziekenhuishygiënist (4,20%). 
Met betrekking tot de verloning worden 53,16% van de VPK ZHH werkzaam in privé ziekenhuizen verloond volgens barema 1.80. Voor de resterende 46,84% wordt 15,19% aan een hoger en 31,65% aan een lager barema verloond. Voor de VPK ZHH werkzaam in openbare ziekenhuizen wordt 35,71% verloond aan barema B6 en 32,15% aan barema A1. Voor de resterende 32,14% wordt 7,14% aan een hoger en 25,00% aan een lager barema verloond. Het verloond worden aan een hoger barema is niet gelinkt met een combinatie van de functie zorgmanager.
Wat betreft maandelijkse premies ontvangt 41,74% van alle VPK ZHH een functietoeslag, 33,91% een functiecomplement en 13,04% een andere premie. Deze premies zijn niet gelinkt met de combinatie van de functie zorgmanager.
Er zijn duidelijke verschillen tussen AZ en PZ, waarbij de VPK ZHH in PZ beduidend lager verloond worden dan hun collega’s in AZ. Daarentegen zien we dat in PZ meer VPK ZHH een maandelijkse premie ontvangen dan hun collega’s in AZ. 
Van alle VPK ZHH heeft 75,63% een basisopleiding Ba+Ma gevolgd. De overige 24,37% heeft een Ba-diploma (14,29%) of een Ba-diploma + BaNaBa Zorgmanagement (10,08%). 96,61% volgde een bijkomende gespecialiseerde opleiding m.b.t. ziekenhuishygiëne, waarvan 65,25% in een min. 1-jarige afzonderlijke opleiding (ULG/UCL/ULB, NVKVV,…), 15,25% keuzevakken na Master-opleiding (KUL), 16,10% keuzevakken tijdens Master-opleiding (KUL).
Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen AZ en PZ, waarbij de VPK ZHH in AZ hoger opgeleid zijn dan hun collega’s in PZ. 
Van de VPK ZHH in AZ zien we dat 45,05% geen collega VPK ZHH heeft, terwijl in PZ alle VPK ZHH geen collega hebben. Deze die een collega VPK ZHH hebben overleggen min. 1x per dag. Het grootste percentage van de VPK ZHH in AZ  overlegt wekelijks met de Geneesheer-Ziekenhuishygiënist (54,33%), en in PZ is dit 1x per trimester (45,45%). Projectmedewerkers ziekenhuishygiëne zijn meer werkzaam in PZ (54,55%) dan in AZ (21,10%). Een statisticus, informaticus, datamanager, epidemioloog en administratief medewerker maken slechts in uitzonderlijke gevallen deel uit van het team ziekenhuishygiëne. In 21,52% van de AZ maakt een laborant deel uit van het team ziekenhuishygiëne, en in 27,85% is een infectioloog lid van het team ziekenhuishygiëne. In PZ is dit 0%.
Met betrekking tot participatie van VPK ZHH aan vergaderingen zien we dat 92,52% in AZ en 90,91% in PZ altijd participeert aan de vergadering van het team ziekenhuishygiëne. De participatiegraad aan de vergaderingen van het middenkader, de hoofdverpleegkundigen, de referentiepersonen ziekenhuishygiëne, projectwerkgroepen (HACCP, linnen, afval, bouwen,…) en het Medisch Materialen Comité varieert tussen AZ en PZ, waarbij deze het grootst is in AZ. In PZ is de participatiegraad van VPK ZHH aan de vergadering van de Antibioticabeleidsgroep groter in vgl. met de VPK ZHH werkzaam in AZ (resp. 27,27% vs 20,56%). De actieve participatie van VPK ZHH uit AZ aan externe vergaderingen met WZC is vrij beperkt, nl. 11,22%. Met betrekking tot externe vergaderingen met psychiatrische instellingen is de actieve participatie van VPK ZHH uit PZ 63,63%. Voor VPK ZHH uit AZ is dit 8,41%. Het extern overleg van VPK ZHH uit AZ met thuiszorgdiensten is momenteel nog beperkt, nl. 2,8%. Het aantal VPK ZHH uit AZ dat actief participeert aan het Regionaal Platform Ziekenhuishygiëne is 79,44%, bij PZ is dat 63,64%.  Verder participeert 42,99% van de VPK ZHH in AZ en 18,18% in PZ actief aan vergaderingen van de beroepsorganisaties ABIHH en WIN, en zijn 14,95% van de VPK ZHH in AZ en 9,09% in PZ betrokken bij het opstellen van de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad.
In de AZ zijn er gemiddeld 6,65 referentieverpleegkundigen en 1,14 referenten per 100 bedden. Deze referentiepersonen worden gemiddeld 2,05u per maand vrijgesteld voor hun rol als referentiepersoon (1,37u + 0,68u overleg per maand). In PZ zijn er gemiddeld 1,96 referentieverpleegkundigen en 0,48 referenten per 100 bedden. De referentiepersonen in PZ worden gemiddeld 1,80u per maand vrijgesteld voor hun rol als referentiepersoon (1,36u + 0,44u overleg per maand). Met andere woorden is de vrijstelling voor hun rol op de afdeling gelijk in AZ en PZ, maar in AZ komen ze gemiddeld 1x per jaar meer samen dan in PZ (resp. 4,37 versus 3,27).
Op basis van de resultaten van deze enquête kunnen we concluderen dat de huidige IFIC-functiekaart van VPK ZHH niet conform de huidige realiteit van het werkveld is. Met andere woorden hebben het Federaal Platform voor Ziekenhuishygiëne, de ABIHH en de WIN alle redenen om te reageren en niet akkoord te zijn met de huidige IFIC-functiekaart van VPK ZHH. 

Ondernomen acties

Als belanghebbende organisaties hebben wij de nieuwe IFIC functiewijzer en functiebeschrijving  van VPK ZHH (code 6162) doorgenomen en besproken. Vervolgens werden deze afgetoetst a.d.h.v. bovenstaande wettelijke en officiële documenten, en de gegevens vanuit de bevraging van het werkveld. Op basis van deze elementen werd een brief opgesteld en overgemaakt naar de IFIC en onze minister van Volksgezondheid, Mevr. Maggie De Block, waarin duidelijk vermeld wordt dat wij niet akkoord gaan met de inhoud van de huidige IFIC functiebeschrijving en opdeling van VPK ZHH in functiecategorie “17” op basis van bovenstaande argumenten m.b.t. het juridisch statuut, het actiedomein en de functie-inhoud van de VPK ZHH. Daarbij werd een voorstel tot aanpassing van het algemene doel, de activiteiten, de taken, de criteria en de classificatie in categorie “19” toegevoegd. Ondanks alle ondernomen stappen was het antwoord van de IFIC van 15 mei 2018 «beleefd» maar ontoereikend. De classificatie hangt af van het paritair comité en de classificatie hangt niet af van de positionering in het organigram, noch van de financiering, maar van de inhoud van de functie. Ook de AUVB heeft gereageerd op deze IFIC functieclassificatie, die uiteraard niet alleen de VPK ZHH betreft, de welke leidde tot de nodige interpellaties in de Kamer op 05/06/2018.

De reactie van Mevr. Maggie De Block was dat de IFIC-functieclassificatie geen vaststaand systeem is, maar iets dat evolueert. In de herfst van 2018 beloofde ze een intensieve onderhoudsfase waarbij de ontbrekende functies toegevoegd en de huidige profielen geüpdatet zullen worden. Hierbij zal bijzondere aandacht worden besteed aan de inbreng van de mensen in het veld, via de sociale partners en de vzw IFIC. De opmerkingen die werden overgemaakt aan het FOD Volksgezondheid zullen ook door hen aan de IFIC overgemaakt worden. Met andere woorden zijn we in blijde verwachting van een uitnodiging i.f.v. de aanpassing van het huidige profiel van VPK ZHH, maar er werd door Mevr. Maggie De Block ook meegedeeld dat “Wij kunnen de sociale partners namelijk niet opdragen wie zij moeten opnemen in het overleg. Ik kan alleen de intermediaire figuur spelen en dat doe ik dan ook, door de beroepsorganisaties en de vzw IFIC samen rond de tafel te brengen. De beroepsorganisaties van verpleegkundigen willen duidelijk een stap verdergaan en deel uitmaken van het sociaal overleg, maar daar kan ik niet voor zorgen, daar moeten zij zelf de grootste pleitbezorger van zijn.” Hopelijk wordt er op onze uitnodiging ingegaan. 

Ondertussen werd op 07/09/2018 het KB van 17/08/18 gepubliceerd, waarbij de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de federale gezondheidsdiensten, algemeen verbindend wordt verklaard.

Daarnaast werden door de ABIHH en de WIN ten aanzien van elke individuele VPK ZHH een informatiebundel met alle nodige informatie en documentatie bezorgd. Deze werd samen met een voorbeeldbrief voor het aantekenen van intern en extern beroep naar elke VPK ZHH in Vlaanderen, regio Brussel en Wallonië verstuurd. Op deze manier werd elke VPK ZHH geïnformeerd over de huidige situatie en kreeg hij/zij alle documentatie en argumenten voor het al of niet aantekenen van intern en extern beroep tegen de huidige IFIC functiebeschrijving. Natuurlijk ligt de keuze en de verantwoordelijkheid bij elke individuele VPK ZHH of hij/zij al of niet akkoord gaat met de huidige IFIC functiebeschrijving en verloning. De doelstelling is massaal te reageren tegen de huidige functiebeschrijving zodat onze stem uniform klinkt en de kans op overleg met IFIC toeneemt. Met andere woorden ligt hierbij de toekomst en professionalisering van het beroep van VPK ZHH in de handen van elke individuele VPK ZHH. 

Conclusie

Is het spel gespeeld? … Niets doen is, was en zal geen oplossing zijn. Daarom hebben onze beroepsorganisaties voor VPK ZHH de krachten gebundeld en onze leden geïnformeerd over bestaande (interne-externe) oplossingen gezien de voorgestelde nieuwe IFIC functiebeschrijving niet overeenstemt met de realiteit van het werkveld. Daarnaast zullen onze nieuwe toekomstige collega VPK ZHH 4 jaar moeten studeren om hun Bacherlordiploma, 2 tot 3 jaar om hun Masterdiploma en 1 jaar om hun certificaat/getuigschrift in de ziekenhuishygiëne te behalen. Het nieuwe functiemodel voor de verpleegkundige zorg van de toekomst van het FOD Volksgezondheid positioneert de VPK ZHH reeds op het niveau van Advanced Practice Nursing (Niveau 7).
Onze grootste schrik in dat dossier is dat er niets aan de huidige IFIC functiebeschrijving van VPK ZHH zal wijzigen. Met als gevolg dat het huidige voorgestelde IFIC statuut van VPK ZHH én het vereiste niveau van opleiding en verantwoordelijkheden zal leiden tot een tekort aan VPK ZHH in de toekomst. In dat geval zal het de regel van vraag en aanbod zijn … Of zal men om dit te voorkomen het niveau van VPK ZHH verlagen tot dat van niveau 6, waarbij door aanpassing van de wet geen Master meer noodzakelijk zal zijn? Wij, als beroepsorganisaties voor VPK ZHH, kunnen dit niet aanvaarden en zullen ons hier tegen verzetten. Maar… natuurlijk als beroepsorganisaties kunnen wij dat niet alleen. Daarom hebben we ook van elk van jullie, elk team voor ziekenhuishygiëne, zowel VPK ZHH als GH ZHH, de steun nodig om dit te voorkomen. En dit in het belang van de professionalisering van het beroep van VPK ZHH én de veilige en kwalitatieve zorg aan elke patiënt verzorgd in onze Belgische zorginstellingen. Met andere woorden ligt de verantwoordelijkheid bij elk team ziekenhuishygiëne van België om zich te positioneren en hun directie te overtuigen.

Last minute 

In februari 2019, informeerde IFIC ons dat onze verenigingen, evenals de voorzitter van het Federale Platform voor Ziekenhuis Hygiëne, de komende weken auditie zullen krijgen om onze argumenten voor de classificatie van de Verpleegkundige Ziekenhuishygiënist op  niveau 19 voor te stellen. Wait and see..

Referenties

• Braekeveld P. & Barbier C. (2014). Het project ‘Belgisch Beroepscompetentieprofiel voor de Verpleegkundige-Ziekenhuishygiënist. Noso-Info, v o l . XVIII, nr 2 , 2-5.
• Braekeveld P., Claeys K. & Demey G. (2014). Referentieverpleegkundige Ziekenhuishygiëne: Van actuele tendens binnen het werkveld tot innovatieve opleiding. Noso-Info, v o l . XVIII, nr 2 , 6-10.
• European Centre for Disease Prevention and Control (2018). Mission Report – ECDC country visit to Belgium to discuss antimicrobial resistance issues. Stockholm: ECDC.
• European Centre for Disease Prevention and Control (2013). Technical Document – Core competencies for infection control and hospital hygiene professionals in the European Union. Stockholm: ECDC.
• Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (2007). Koninklijk besluit van 26 april 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd. Belgisch Staatsblad, 07/06/2007, 30947-30950.
• Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (2007). Koninklijk besluit van 19 juni 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen. Belgisch Staatsblad, 28/06/2007, 35435-35450.
• Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (2007). Nota van 19 juli 2007 van Christiaan Decoster betreffende het KB van 26 april 2007 en het KB van 19 juni 2007. Geraadpleegd op 18/02/2019 via https://overlegorganen.gezondheid.belgie.be/sites/default/files/documents/belgische_commissie_voor_de_coordinatie_van_het_antibioticabeleid/15174562.pdf
• Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu : Boekhouding van de Ziekenhuizen. (2017). Algemeen overzicht gegevens ziekenhuizen 2016. Brussel: FOD.
• Improving Patient Safety in Europe (2008). European Core Curriculum for training for Infection Control Practitioners. Lyon: IPSE.
• Morrison J. (2004). Development of a resource model for infection prevention and control programs in acute, long term, and home care settings: conference proceedings of the Infection Prevention and Control Alliance. American Journal of Infection Control, February, 32(1):2-6.
• O’Boyle C, Jackson M. & .Henly S.J. (2002). Staffing requirements for infection control programs in US health care facilities: Delphi project. American Journal of Infection Control, Volume 30, Issue 6, October, 321-333.
• van den Broek P.J., Kluytmans J.A.J.W., Ummels L.C., Voss A. & Vandenbroucke-Grauls  C.M.J.E. (2007). How many infection control staff do we need in hospitals? Journal of Hospital Infection, Volume 65, Issue 2, February, Pages 108-111.
• Velghe Y. (2014). La formation des référents en hygiène hospitalière  au CHU Brugmann – Mise en place d’une démarche ou d’un levier de changement ? Noso-Info, v o l . XVIII, nr 2 , 11-17.
• WIN, ABIHH, AUVB, FOD Volksgezondheid en Okc (2017). Belgisch beroepscompetentieprofiel Verpleegkundige-ziekenhuishygiënist – Revisie versie 2012. Brussel.
• Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (2018). KWALITEITSINDICATOREN VOOR ZIEKENHUISHYGIËNE IN ACUTE ZIEKENHUIZEN – Jaarrapport 2017- Data 2016. Brussel: WIV-ISP.

◄ Terug naar inhoud

Wetenschappelijke agenda

  • Oktober 2019
  • van 2/10 tot 6/10 || in Washington
    Infectious Diseases Society (Id)WEEK
  • 3/10
    Colloque Hygiène
  • November 2019
  • 28/11
    Symposium BICS
  • December 2019
  • van 16/12 tot 17/12 || in Parijs
    39ème Réunion Interdisciplinaire de chimiothérapie anti-infectieuse (RICAI)
Bekijk de volgende evenementen

Schrijf ook een artikel !

Vacatures

Onze partners

Flux RSS

Subscribe

REDACTIE

Ontdek de andere online nummers van het tijdschrift

Het volledige archief

Ontdek onze speciale dossiers

Uitwisseling van ervaringen